ACTUEEL
Laurentius gestart met centraal monitoringcentrum
De zorg ontwikkelt zich in hoog tempo en ook in onze regio groeit de behoefte aan slimme, toegankelijke en toekomstbestendige zorg. Met de start van een centraal monitoringcentrum zet Laurentius een belangrijke stap in die ontwikkeling. In dit centrum worden bij de start drie zorgpaden geïntegreerd en actief gemonitord, met duidelijke voordelen voor patiënten en zorgverleners. Op termijn zullen meer zorgpaden geïntegreerd worden in het monitoringcentrum. Een centraal monitoringcentrum in het Laurentius is daarnaast een belangrijke stap richting een toekomstig regionaal monitoringscentrum.
Charlotte Raemakers-Cardinaals een van de teammanagers in de polikliniek ziet centralisatie van monitoring als een noodzakelijke en logische stap: “Door zorg hybride te organiseren – een combinatie van fysiek en digitaal – én monitoring te centraliseren, vergroten we efficiëntie, flexibiliteit en expertise. Zo kunnen we met hetzelfde personeel blijven inspelen op de groeiende zorgvraag.”
Voor veel patiënten is hybride zorg inmiddels vertrouwd. Bo Titulaer, hartfalenverpleegkundige, verzorgt nu nog de decentrale monitoring op de hartfalenpoli: “Hybride zorg geeft patiënten een veilig en vertrouwd gevoel. Een patiënt met hartfalen kan bijvoorbeeld via de Sanacoach app (dagelijks/wekelijks) bloeddruk, hartslag en gewicht doorgeven. Wij beoordelen deze gegevens en signaleren afwijkingen vroeg. Daardoor kunnen we tijdig bijsturen, ziekenhuisopnames voorkomen en de kwaliteit van leven verbeteren.”
Met de komst van het centrale monitoringscentrum worden deze taken overgenomen door het centrale team. Laura Bours, een van de monitoringsverpleegkundigen in het nieuwe centrum, vertelt: “ We bieden zorg op afstand. Patiënten hoeven in de toekomst minder vaak naar het ziekenhuis te komen, mantelzorgers worden ontlast en wij kunnen sneller signaleren. Dat voelt als zorg die zich aanpast aan het leven van mensen, in plaats van andersom. Patiënten hebben één aanspreekpunt en wij kunnen gericht schakelen met de juiste verpleegkundigen of specialisten.’’
Voor Bo betekent dit een verschuiving in haar werk, maar vooral ook een verbetering:
“Hoewel ik mijn rol deels overgeef aan het centrum, blijft de samenwerking intensief. We stemmen dagelijks af, zodat digitaal contact en fysieke afspraken goed op elkaar aansluiten. Het ontlast ons op de poli, terwijl de kwaliteit van zorg juist toeneemt. We krijgen meer ruimte voor persoonlijke gesprekken, fysieke consulten en complexe zorgvragen.”
Met het centraal monitoringscentrum zet Laurentius een belangrijke stap naar zorg die dichtbij, persoonlijk en toekomstbestendig is voor patiënten én zorgverleners.